ECLI:NL:CRVB:2004:AR7270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden onvoldoende onderbouwd
Appellant ontving vanaf februari 1997 bijstand. Naar aanleiding van een anonieme tip over werkzaamheden bij een boerderij, voerde de gemeente Oudewater een onderzoek uit. Op basis van dit onderzoek werd de bijstand ingetrokken vanaf 1 maart 1999 en werd terugvordering van bijstandskosten bevolen. Appellant stelde dat de werkzaamheden niet in de omvang waren zoals de gemeente aannam en dat de gemeente na kennisname van de tip nog bijstand verstrekte.
De Raad oordeelt dat de primaire grondslag voor intrekking, namelijk dat appellant een fictief inkomen had ter hoogte van het minimumloon, onvoldoende is onderbouwd. Observaties en getuigenverklaringen tonen niet aan dat appellant voltijds werkte. Wel is vastgesteld dat appellant werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt en een rechtsgrond voor intrekking kan zijn.
De Raad stelt dat intrekking over de periode 1 maart tot 1 juni 1999 niet kan worden gehandhaafd wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het terugvorderingsbesluit over de gehele periode 1 maart 1999 tot 31 augustus 2000 wordt vernietigd omdat het niet voldoet aan wettelijke eisen. De gemeente dient een nieuw besluit te nemen over de periode 1 juni 1999 tot 31 augustus 2000.
De Raad veroordeelt de gemeente in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan op 7 december 2004 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Besluit tot intrekking bijstand over 1 maart tot 1 juni 1999 en terugvordering over 1 maart 1999 tot 31 augustus 2000 vernietigd; nieuw besluit terugvordering vereist.