ECLI:NL:CRVB:2004:AR7241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete en beëindiging bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht verblijfadres
Appellant ontving vanaf 24 juni 2000 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na een aanvraag in januari 2002 werd deze afgewezen. Gedaagde stelde vast dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht over zijn verblijfadres, wat leidde tot stopzetting van de uitkering per 1 november 2001 en oplegging van een boete van 100 gulden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de beëindiging en boete ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant terecht niet de vereiste documenten heeft verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De verklaringen van appellant over zijn woonsituatie waren onvoldoende en strookten niet met onderzoeksbevindingen.
De Raad bevestigt dat de boete terecht is opgelegd en dat geen aanleiding bestaat voor vermindering of afzien van de boete. Tevens wordt bevestigd dat de bijstand met ingang van 28 december 2001 is toegekend, zonder terugwerkende kracht, mede vanwege het territorialiteitsbeginsel.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de uitkering en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht.