ECLI:NL:CRVB:2004:AR6909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onjuiste beslagvrije voet
Appellante ontving tot oktober 1997 bijstand en werd later geconfronteerd met een terugvordering wegens verzwegen samenwoning. Het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek stelde het maandelijkse aflossingsbedrag vast zonder correct onderzoek naar de beslagvrije voet.
De Raad oordeelt dat het aflossingsbedrag onjuist is vastgesteld omdat niet is onderzocht op welk bedrag de beslagvrije voet ten tijde van het geschil had moeten worden bepaald, zoals voorgeschreven in de artikelen 475c en 475d Rv. Tevens is onterecht aangenomen dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden, terwijl geen andere inkomstenbronnen konden worden aangetoond.
Daarom vernietigt de Raad het besluit van 4 december 2001 en de uitspraak van de rechtbank die dit in stand hield. Gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de juiste beslagvrije voet. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit over het aflossingsbedrag wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de beslagvrije voet.