ECLI:NL:CRVB:2004:AR6817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch. J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Schadeuitkering als inkomsten uit arbeid in de zin van artikel 33 AAW
Gedaagde, een zelfstandig veehouder met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, ontving een schadeuitkering in 1996 vanwege een onterecht niet toegekend melkquotum. Deze uitkering werd fiscaal als winst uit onderneming verantwoord en door de belastingdienst geaccepteerd. De uitkering werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) aangemerkt als inkomsten uit arbeid in de zin van artikel 33 van Pro de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), wat leidde tot niet-uitbetaling van de AAW-uitkering over 1996.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat de schadeuitkering volgens haar een bijzondere bate was die niet als inkomsten uit arbeid kon worden beschouwd, mede vanwege de toepassing van het bijzondere belastingtarief. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond. De Raad stelt dat de fiscaal vastgestelde nettowinst als uitgangspunt geldt voor inkomsten uit arbeid en dat de schadeuitkering niet valt onder de uitzonderingen van artikel 57 Wet Pro IB 1964.
De Raad benadrukt dat het feit dat de fiscus het bijzondere tarief toepast, niet relevant is voor de kwalificatie als inkomsten uit arbeid. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigen. De schadeuitkering is daarom terecht als inkomsten uit arbeid aangemerkt en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De schadeuitkering is terecht als inkomsten uit arbeid aangemerkt en het beroep wordt ongegrond verklaard.