ECLI:NL:CRVB:2004:AR6527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1999 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van signalen dat appellant tussen 19 februari en 11 mei 2001 werkzaamheden via een uitzendbureau had verricht en inkomsten had genoten, herzag het College van burgemeester en wethouders het recht op bijstand en vorderde de te veel ontvangen uitkering terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant betwistte de werkzaamheden en stelde dat iemand anders zijn identiteitsbewijs had misbruikt. Hij overhandigde een verklaring van een tolk en een medische verklaring over zijn arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde dat voldoende aannemelijk was dat appellant zelf de werkzaamheden had verricht en inkomsten had genoten, mede gelet op gegevens van het GAK, het uitzendbureau en eerdere verklaringen.
De Raad vond de medische verklaring onvoldoende om de arbeidsongeschiktheid aan te tonen en achtte het ontbreken van aangifte van identiteitsmisbruik bij politie en belastingdienst relevant. De opgelegde boete werd gehandhaafd omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden zonder dringende redenen voor kwijtschelding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden vonnis en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering en handhaaft de boete wegens schending van de inlichtingenverplichting.