ECLI:NL:CRVB:2004:AR6069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting, schulden en woonkostentoeslag
De zaak betreft drie besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Maastricht over het weigeren van bijzondere bijstand aan appellante voor woninginrichtingskosten, betaling van schulden en woonkostentoeslag.
De Raad overweegt dat incidentele noodzakelijke kosten zoals woninginrichting in principe uit een bijstandsniveau inkomen kunnen worden voldaan door reservering of gespreide betaling, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. In deze zaak waren die bijzondere omstandigheden niet aanwezig. Appellante had bovendien een lening afgesloten maar deze voor andere doeleinden gebruikt.
Ten aanzien van de schulden aan een derde voor tandheelkundige behandelingen oordeelt de Raad dat bijzondere bijstand niet kan worden verleend voor schulden, tenzij zeer dringende redenen bestaan. Die waren hier niet aannemelijk gemaakt. Tevens is de Ziekenfondswet een voorliggende voorziening.
Voor de woonkostentoeslag is vastgesteld dat deze terecht werd toegekend tot 30 juni 2003, omdat daarna een voorliggende voorziening, de huursubsidie, beschikbaar was. De Raad bevestigt dat het niet toekennen van woonkostentoeslag na die datum rechtmatig is.
De Raad wijst de beroepen af en bevestigt de bestreden uitspraken, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting, schulden en woonkostentoeslag na 1 juli 2003.