ECLI:NL:CRVB:2004:AR6053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verstrekking overbruggingsuitkering als geldlening bij verschuiving bijstandsuitkering
Appellante ontving een bijstandsuitkering van de gemeente Woudenberg. De gemeente besloot de uitbetaling van de bijstand te verschuiven van de 27e dag van de lopende maand naar de 15e dag van de volgende maand, met als invoeringsdatum 1 september 2001. Hierdoor ontstond een periode van onderbreking in de uitbetaling van de bijstand.
Om deze onderbreking te overbruggen, bood de gemeente een overbruggingsuitkering aan in de vorm van een geldlening. Appellante maakte hiertegen bezwaar en stelde dat zij recht had op bijstand om niet, dus zonder terugbetalingsverplichting. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de verschuiving van de betaaldatum naar de 15e van de volgende maand in overeenstemming is met artikel 73 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw). Echter, het verstrekken van de overbruggingsuitkering als geldlening is niet gerechtvaardigd op grond van de Abw. De bijstand dient om niet te worden verstrekt, tenzij de wet anders bepaalt, en de situatie voldeed niet aan de voorwaarden voor een lening. Daarom werd het besluit van 29 oktober 2001 vernietigd en werd de gemeente verplicht een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak.
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief reiskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit om de overbruggingsuitkering als geldlening te verstrekken is vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen.