ECLI:NL:CRVB:2004:AR5797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep oordeelt over werkloosheid en loondoorbetaling bij seizoensarbeid
Betrokkene werkte via een uitzendbureau in de bloembollensector en diende na afloop van het seizoen een WW-uitkering aan. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en kende de uitkering toe. De Raad stelt echter vast dat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs leveren voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
De Raad overweegt dat het seizoensgebonden karakter van de werkzaamheden niet automatisch betekent dat de arbeidsovereenkomst tijdelijk was. Omdat de werkgever vanaf het einde van het seizoen geen werkzaamheden meer aanbood, was er sprake van arbeidsurenverlies, maar dit leidde niet tot werkloosheid in de zin van de WW omdat betrokkene recht had op loondoorbetaling.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond, waarmee de weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd. De arbeidsovereenkomst bleef volgens de Raad van kracht na het einde van het seizoen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene geen recht heeft op WW-uitkering omdat hij recht had op onverminderde loondoorbetaling.