ECLI:NL:CRVB:2004:AR5538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herleving WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant verzocht om herleving van zijn WW-uitkering nadat hij zijn dienstbetrekking bij Algemene Handelsonderneming Bo-mij B.V. beëindigde. Hij stelde dat de werkgever toezeggingen over arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden niet was nagekomen, wat leidde tot verergering van lichamelijke en psychische klachten, waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet redelijk was.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de werkgever zich niet aan afspraken had gehouden en dat appellant niet in een zodanige psychische toestand verkeerde dat ontslag hem niet kon worden toegerekend. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees op verklaringen van personeelsleden en een filiaalleider die de arbeidsvoorwaarden bevestigden en het ontbreken van intensieve begeleiding verklaarden.
Daarnaast wees de Raad op het medisch rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die stelde dat appellant ten tijde van het ontslag de consequenties kon overzien en dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet schadelijk was voor zijn gezondheid. Appellant leverde geen tegenbewijs. De Raad concludeerde dat appellant terecht verwijtbaar werkloos is verklaard en bevestigde de weigering tot herleving van de WW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van herleving van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.