ECLI:NL:CRVB:2004:AR5534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant ontving een WW-uitkering met een maatregel van 20% korting gedurende 16 weken omdat hij in de eerste twee weken van zijn werkloosheid geen concrete sollicitaties had verricht. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel pogingen had gedaan om werk te vinden, dat de kans op werk vinden hypothetisch was en dat hij niet op de hoogte was van de sollicitatie-eis vanwege zijn analfabetisme.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 24 WW Pro van de werknemer wordt verlangd dat hij ten minste één concrete sollicitatie per week verricht. Appellant had op werkbriefjes geen concrete sollicitaties vermeld en kon ook niet aangeven welke sollicitatie had geleid tot afwijzing. Ondanks zijn lichamelijke beperking en analfabetisme achtte de Raad het niet aannemelijk dat hij slechts een hypothetische kans had op passend werk, zeker omdat hij zich beschikbaar stelde voor licht productiewerk.
De Raad oordeelde dat appellant de sollicitatieverplichting had overtreden en dat de maatregel van 20% korting terecht was opgelegd. De stelling dat appellant niet op de hoogte was van de sollicitatie-eis werd verworpen omdat deze verplichting duidelijk op werkbriefjes en controlevoorschriften stond vermeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen wordt bevestigd.