ECLI:NL:CRVB:2004:AR4946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Geen overname achterstallige loonbetalingen wegens ontbreken blijvende betalingsonmacht werkgever
Appellant, directeur en aandeelhouder van een vennootschap die kantoorbenodigdheden verhandelde, vorderde van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de overname van achterstallige loonbetalingen op grond van de Werkloosheidswet (WW). De werkgever had de activiteiten gestaakt en was later failliet verklaard. Het UWV wees de aanvraag af omdat de werkgever niet in een staat van blijvende betalingsonmacht verkeerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat ondanks de negatieve vermogenspositie en het staken van activiteiten, er onvoldoende bewijs was dat de werkgever eind 2000 of begin 2001 niet meer kon betalen. Appellant had geen concrete stukken overgelegd die de blijvende betalingsonmacht aantonen, terwijl hij als aandeelhouder toegang tot die informatie had.
De Raad wees ook op een aanbod van de werkgever aan werknemers voor een aanvullende regeling en het feit dat appellant nog een deel van zijn salaris had ontvangen in februari 2001. Het faillissement van de werkgever in april 2001 was onvoldoende om de toestand van blijvende betalingsonmacht per januari 2001 aan te nemen. Het beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot overname van achterstallige loonbetalingen wordt afgewezen wegens ontbreken van blijvende betalingsonmacht.