ECLI:NL:CRVB:2004:AR4666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering als alleenstaande. Uit onderzoek bleek dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot, hetgeen zij niet had gemeld. Gedaagde wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante en haar ex-echtgenoot hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden, en dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding volgens de Algemene bijstandswet. Hierdoor kon appellante niet als alleenstaande bijstand ontvangen.
Het besluit tot afwijzing was echter onvoldoende gemotiveerd en daarom vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het besluit blijven gehandhaafd. De gemeente Venlo wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.