ECLI:NL:CRVB:2004:AR4663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering naast een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. De gemeente Eindhoven voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van deze uitkering, waarbij bleek dat appellanten niet hadden gemeld dat appellant werkzaamheden verrichtte en meerdere auto's bezat. Dit leidde tot onzekerheid over het vermogen en het inkomen van appellant.
De gemeente trok daarom het recht op bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van de bijstand terug over de periode van december 1997 tot februari 2001. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan geen werkzaamheden te hebben verricht en geen eigenaar te zijn van de auto's, maar kon dit niet voldoende aantonen.
De Raad oordeelde dat het kentekenbewijs op naam van appellant de veronderstelling rechtvaardigt dat hij over de auto's beschikte, en dat de verklaringen van appellant en zijn dochter tegenstrijdig waren. Ook het patroon van aanwezigheid bij het bedrijf van zijn broer en verklaringen van derden wezen op werkzaamheden. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.