ECLI:NL:CRVB:2004:AR4534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Privaatrechtelijke dienstbetrekking administrateur tussen betrokkene en gedaagden
Betrokkene werkte als administrateur voor gedaagden en verzorgde de volledige financiële administratie, waarbij hij gebruik maakte van voorzieningen van gedaagden en zijn werkzaamheden op hun kantoor verrichtte. De Raad concludeert dat er sprake is van een gezagsverhouding ondanks de zelfstandigheid in tijdsindeling.
Appellant stelde dat gedaagden ten onrechte geen premies hebben afgedragen over de betalingen aan betrokkene, omdat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De rechtbank had dit afgewezen vanwege het ontbreken van gezag, maar de Raad herzag dit oordeel.
De Raad overwoog dat betrokkene persoonlijk zijn werkzaamheden verrichtte zonder vervanging en dat de vergoedingen als loon moesten worden gezien. Het beroep op het vertrouwensbeginsel door gedaagden faalde omdat er geen eerdere looncontroles waren die de dienstbetrekking hadden vastgesteld.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee bevestigd werd dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen betrokkene en gedaagden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.