ECLI:NL:CRVB:2004:AR4060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbrekende noodzaak verhuizing
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten, welke door het College van burgemeester en wethouders van Maastricht werd afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk was. Appellant stelde dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege de voorgenomen verkoop van zijn huurwoning en financiële redenen door huurverhogingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was. De Raad nam mee dat appellant al geruime tijd op de hoogte was van de verkoopplannen en geen specifieke omstandigheden had aangevoerd die de verhuizing noodzakelijk maakten.
Ook de financiële argumenten werden niet voldoende onderbouwd, mede omdat de huursubsidie daalde in gelijke mate als de huurprijs. De Raad bevestigde het eerdere oordeel en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt bevestigd.