ECLI:NL:CRVB:2004:AR4059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen arbeidsverplichtingen bij bijstandsuitkering met medische beperkingen
Appellant ontvangt sinds mei 2001 een bijstandsuitkering en is verplicht tot arbeidsinschakeling volgens artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer beperkte deze verplichtingen op advies van de GGD tot 24 tot 28 uur per week, rekening houdend met medische beperkingen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het advies onzorgvuldig was omdat geen neuroloog was geraadpleegd, terwijl hij een neurologische aandoening heeft. De GGD-arts had echter informatie ingewonnen bij de huisarts en geprobeerd de behandelend neuroloog te benaderen, maar appellant was al geruime tijd niet meer onder neurologische behandeling.
De Raad oordeelt dat het College terecht het advies van de GGD heeft gevolgd en dat er geen objectieve medische gegevens zijn die een verdere ontheffing van arbeidsverplichtingen rechtvaardigen. Ook het ontbreken van een arbeidsdeskundig onderzoek is niet relevant in deze procedure. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de arbeidsverplichtingen van 24 tot 28 uur per week blijven van kracht.