ECLI:NL:CRVB:2004:AR3910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over toepassing artikel 87e WAO en medische stukken
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde de gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor het jaar 1999 vast, waarbij rekening werd gehouden met de in 1997 aan een werknemer betaalde WAO-uitkering. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank Leeuwarden werd toegewezen en het besluit vernietigde omdat de werkgever ten onrechte artikel 87e van de WAO was tegengeworpen.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de rechtbank het besluit niet had mogen vernietigen, maar dat de medische stukken alsnog aan de gemachtigde van de werkgever hadden moeten worden verstrekt volgens artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie ter onderbouwing.
De Raad zag echter af van terugverwijzing naar de rechtbank omdat de werkgever tijdens de zitting aangaf zijn bezwaren tegen de toekenning en hoogte van de WAO-uitkering te laten varen. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep ongegrond en legde geen kostenveroordeling op.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond.