ECLI:NL:CRVB:2004:AR1576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verifieerbaarheid van sollicitatieactiviteiten bij WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering en moest periodiek sollicitatieactiviteiten aantonen. Gedaagde stelde dat appellant onvoldoende had gesolliciteerd en verlaagde daarom zijn uitkering met 20% voor 16 weken. Appellant stelde dat hij wel degelijk had gesolliciteerd en overhandigde brieven van werkgevers als bewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet tijdig de sollicitatiebrieven had overgelegd en onvoldoende verifieerbare gegevens had verstrekt. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep echter dat de brieven authentiek zijn en voldoende verifieerbare sollicitaties aantonen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beveelt dat een nieuw besluit wordt genomen rekening houdend met de bevindingen. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
De Raad benadrukt dat hoewel appellant slordig was in het tijdig overleggen van bewijs, dit geen reden is om de echtheid van de sollicitatiebrieven te betwijfelen. Indien de brieven tijdig waren ingediend, zou geen sanctie zijn opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WW-uitkering wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen.