ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresgegevens
Appellant ontving vanaf 1978 een bijstandsuitkering die later werd omgezet naar de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een melding dat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres, heeft de sociale recherche een onderzoek ingesteld. Dit onderzoek toonde aan dat appellant vanaf 1 december 1994 niet op het opgegeven adres verbleef, wat werd bevestigd door huisbezoeken, verklaringen van buurtbewoners en een rapport met lage energie- en waterverbruiksgegevens.
Op basis hiervan heeft het bestuursorgaan het recht op bijstand met ingang van 1 maart 2002 beëindigd en de uitkering over de periode van 1 januari 1995 tot 28 februari 2002 ingetrokken en teruggevorderd. Appellant voerde bezwaar en beroep aan, maar deze werden ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat appellant onjuiste gegevens had verstrekt over zijn woonadres, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Daarnaast werd een nieuwe aanvraag van appellant voor bijstand op 18 april 2002 afgewezen omdat hij niet had aangetoond dat zijn omstandigheden waren gewijzigd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd wegens onjuiste woonadresgegevens en afwezigheid van gewijzigde omstandigheden bij nieuwe aanvraag.