ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens niet voldoen aan onderhoudseis en huishoudingseis met gezin in Marokko
Appellant ontving tot en met het tweede kwartaal van 2001 kinderbijslag voor zijn kinderen die in Marokko verblijven bij zijn echtgenote. Gedaagde heeft het beleid aangescherpt en stelt dat alleen sprake is van één huishouden als de betrokkene ingezetene is van het land van herkomst of ten minste drie maanden per jaar daadwerkelijk bij zijn gezin verblijft.
Op grond van dit aangescherpte beleid heeft gedaagde de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2001 geweigerd omdat appellant niet voldeed aan de verblijfseis en onvoldoende bewijs leverde van onderhoud. De rechtbank oordeelde dat het beleid niet onredelijk is en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij zijn kinderen in belangrijke mate heeft onderhouden.
In hoger beroep betoogt appellant dat het beleid onredelijk is en dat de betaalbewijzen voldoende zijn. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en onderschrijft het beleid en de motivering van de rechtbank. Appellant heeft geen nieuwe gegevens aangeleverd om het oordeel te weerleggen.
De Raad concludeert dat appellant niet voldoet aan de eis van minimaal drie maanden verblijf per jaar bij zijn gezin in Marokko, ook niet bij toepassing van een verlengde referteperiode of kalenderjaarbeoordeling. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van kinderbijslag bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de verblijf- en onderhoudseis.