ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- H.Th. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan door opeenvolgende oproepen; benadelingshandeling en WW-uitkering
Appellanten waren oproepkrachten bij Travel Club Holland B.V. en hadden raamovereenkomsten voor bepaalde tijd die telkens bij oproep een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand brachten. In 1999 zijn zij meer dan drie keer opgeroepen zonder tussenpozen van meer dan drie maanden, waardoor volgens artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.
Gedaagde (UWV) wees hun WW-uitkeringen af met het argument dat appellanten benadelingshandelingen hadden verricht door niet tegen het vermeende ontslag te protesteren en geen serieuze poging te doen om hun loonaanspraken te behouden. Appellanten voerden aan dat zij voor het seizoen 1999 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd hadden gesloten die eindigde met het seizoen.
De Raad oordeelt dat de tekst van de overeenkomst ondubbelzinnig is en dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege voor onbepaalde tijd is geworden. Appellanten hadden hun bereidheid tot werken niet kenbaar gemaakt, wat als benadelingshandeling wordt aangemerkt, maar deze is in verminderde mate verwijtbaar vanwege onduidelijkheid over de contractuele afspraken en het risico van vertrouwensbreuk bij het opeisen van loon.
De bestreden besluiten en eerdere uitspraken worden vernietigd en gedaagde wordt opgedragen opnieuw te beslissen, inclusief het verzoek om vergoeding van renteschade. Tevens worden proceskosten aan appellanten toegekend.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is van rechtswege voor onbepaalde tijd geworden en appellanten hebben recht op WW-uitkering; bestreden besluiten worden vernietigd.