ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en terugvordering
Appellanten ontvingen bijstandsuitkeringen die door gedaagde werden ingetrokken en teruggevorderd op grond van vermeende gezamenlijke huishouding en niet-naleving van inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel deels.
De Raad stelt vast dat appellanten tot 21 maart 1997 gehuwd waren, waardoor het besluit tot intrekking van de bijstand voor die periode niet op juiste wettelijke gronden berust. Voor de periode daarna is vastgesteld dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor de intrekking en terugvordering terecht zijn.
De Raad oordeelt dat appellanten hun inlichtingenplicht hebben geschonden en dat terugvordering verplicht is, zonder dat sprake is van dringende redenen om hiervan af te zien. De proceskosten worden aan de zijde van appellanten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering voorafgaand aan 1 juli 1997 wordt vernietigd, terwijl de terugvordering voor de latere periode gehandhaafd blijft.