ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet opgegeven inkomsten
Appellante ontving vanaf 1994 een bijstandsuitkering die later werd herzien omdat zij haar inkomsten uit arbeid niet volledig had opgegeven. De gemeente Heerenveen stelde een onderzoek in na ontvangst van inkomensgegevens van de Belastingdienst en concludeerde dat appellante onjuiste informatie had verstrekt. Hierdoor werd besloten tot herziening van de uitkering en terugvordering van te veel ontvangen bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de terugvordering niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd, waardoor het besluit over de terugvordering vernietigd moest worden. Echter, de rechtsgevolgen van deze vernietiging bleven in stand omdat appellante de inlichtingenplicht had geschonden en er voldoende wettelijke basis was voor terugvordering.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de totale procedure meer dan vijf jaar had geduurd, wat een schending van het redelijke termijnbeginsel volgens artikel 6 EVRM Pro betekende. Deze overschrijding bracht echter geen verandering in de verplichting tot terugvordering. Appellante kan voor compensatie van nadeel de burgerlijke rechter benaderen. De Raad bepaalde tevens dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellante moest vergoeden.
Uitkomst: Besluit terugvordering vernietigd wegens onjuiste grondslag, maar rechtsgevolgen blijven in stand; procedure overschreed redelijke termijn.