ECLI:NL:CRVB:2004:AP4598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening ingangsdatum AOW-pensioen bij duurzaam gescheiden leven
Appellanten, beiden AOW-gerechtigden, voerden aan dat hun AOW-pensioen ten onrechte niet met terugwerkende kracht was herzien naar het pensioen voor alleenstaanden, ondanks dat appellant sinds april 1999 duurzaam gescheiden van zijn echtgenote woonde vanwege opname in een verzorgingstehuis.
De Sociale verzekeringsbank had het pensioen herzien met ingang van januari 2001, maar weigerde eerdere herziening omdat het verzoek daartoe pas in januari 2002 was ingediend. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, stellende dat de telefonische melding van april 2000 geen verzoek tot herziening inhield.
De Centrale Raad oordeelt dat de telefonische melding als signaal had moeten worden opgevat om te onderzoeken of sprake was van duurzaam gescheiden leven en dat de Sociale verzekeringsbank ten onrechte geen ambtshalve herziening heeft toegepast. De bestreden besluiten zijn daarom niet zorgvuldig tot stand gekomen en worden vernietigd. De Sociale verzekeringsbank moet nieuwe beslissingen nemen met inachtneming van deze overwegingen en de proceskosten van appellanten vergoeden.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt opgedragen nieuwe beslissingen te nemen waarbij het AOW-pensioen met terugwerkende kracht wordt herzien.