ECLI:NL:CRVB:2004:AP2309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkheid voor onbetaalde premies na faillissement
Appellant is op grond van artikel 16c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies van drie gefailleerde vennootschappen onder firma over de jaren 1997 tot en met 1999. De besluiten tot aansprakelijkstelling zijn door appellant aangevochten, waarbij hij de hoogte van de vastgestelde premies betwistte en de motivering onvoldoende vond.
De Raad overweegt dat de vastgestelde premies zijn gebaseerd op door appellant verstrekte gegevens en premienota's, en dat appellant ter zitting bevestigde dat zijn boekhouder de opgaven verzorgde. De Raad ziet geen aanleiding om de vaststelling van de premies onjuist te achten en acht de motivering van de besluiten voldoende.
Verder stelde appellant dat de afwikkeling van de faillissementen moest worden afgewacht alvorens aansprakelijk te worden gesteld, omdat mogelijk betalingen uit de boedel te verwachten waren. De Raad wijst dit af, stellende dat artikel 16c CSV dit niet ondersteunt en dat de vorderingen bij de curator zijn ingediend, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele baten.
Tot slot oordeelt de Raad dat de aansprakelijkstelling tijdig heeft plaatsgevonden binnen een jaar na faillissement, zodat geen sprake is van onnodig talmen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellant voor onbetaalde premies en verklaart het hoger beroep ongegrond.