ECLI:NL:CRVB:2004:AO9428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet melden gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet (Abw). Verweerder stelde vast dat appellant en een medebewoner een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet was gemeld. Hierdoor werd de uitkering herzien en teruggevorderd over de periode van 1 januari 1997 tot 1 juli 1999.
De rechtbank oordeelde eerder dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en vernietigde het besluit tot opschorting van de uitkering. Bij de hernieuwde beslissing verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond en voerde terugvordering uit conform de Abw. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich niet kon verenigen met het oordeel over de gezamenlijke huishouding en dat de terugvordering onterecht was.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, waardoor hij geen recht had op een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder of alleenstaande. De terugvordering was terecht op grond van artikel 81 en Pro 84 van de Abw. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet gebleken. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet melden van het voeren van een gezamenlijke huishouding.