ECLI:NL:CRVB:2004:AO9279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1989 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van anonieme meldingen dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Dit leidde tot een herziening van de uitkering naar de norm voor gehuwden en terugvordering van bijstand over de periode 1 juli 1997 tot 1 januari 1999.
De Raad oordeelt dat appellante door het niet melden van de gezamenlijke huishouding haar inlichtingenplicht heeft geschonden. De onderzoeksbevindingen, waaronder observaties en getuigenverklaringen, zijn geoorloofd en voldoende om de herziening te rechtvaardigen. De terugvordering van bijstand aan appellante en haar partner is echter onjuist toegepast over de periode tot 1 mei 1998.
De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij het eerdere besluit, vernietigt het terugvorderingsbesluit en veroordeelt gedaagde in de proceskosten. Gedaagde moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit is vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen; het hoger beroep tegen het eerdere besluit is niet-ontvankelijk verklaard.