ECLI:NL:CRVB:2004:AO8654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde WAO-premie voor premiejaar 1998
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie op grond van artikel 78 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor het premiejaar 1998. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de wettelijke regeling, hoewel correct toegepast, tot een onredelijk resultaat leidt. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de oorzaak van arbeidsongeschiktheid geen rol speelt bij premiedifferentiatie en dat weigering van passende arbeid door de werknemer evenmin relevant is.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit niet vernietigd kan worden op grond van de door appellante ervaren onrechtvaardigheid van de regelgeving. De rechter mag immers niet de innerlijke waarde of billijkheid van de wet beoordelen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie en wijst het hoger beroep van appellante af.