ECLI:NL:CRVB:2004:AO7437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks betwiste ondernemingsovergang
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor het jaar 2000, waarbij zij als grote werkgever was aangemerkt. De kern van het geschil was of een in 1993 gestelde overgang van een aannemerij naar een groepsmaatschappij had plaatsgevonden, waardoor bepaalde werknemers niet langer tot appellante behoorden voor premieberekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de feitelijke situatie niet los van de loonadministratie kon worden beoordeeld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Uit de beschikbare gegevens bleek niet dat de overgang in de zin van artikel 1639aa en 1639bb van het oude Burgerlijk Wetboek had plaatsgevonden, waardoor rechten en verplichtingen uit arbeidsovereenkomsten automatisch waren overgegaan.
De Raad overwoog dat de WAO-uitkeringen aan werknemers die vóór de gestelde overgang arbeidsongeschikt werden, terecht in de premie werden betrokken. Ook voor werknemers die na de gestelde overgang arbeidsongeschikt werden, kon geen overgang worden vastgesteld. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het geschil spitste zich toe op de juiste toepassing van wettelijke bepalingen omtrent ondernemingsovergang en premieberekening. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor 2000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.