ECLI:NL:CRVB:2004:AO7431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premievaststelling grote werkgever voor premiejaar 2001 op grond van WAO
In deze zaak staat centraal of appellante terecht is aangemerkt als grote werkgever voor het premiejaar 2001 en daarmee de verschuldigde gedifferentieerde premie volgens artikel 78 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) moet betalen. Gedaagde heeft de bezwaren van appellante tegen de voorschotcorrectienota en de vaststelling van de premie ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond heeft deze besluiten eerder bevestigd, waarna appellante in hoger beroep is gekomen.
Appellante voerde aan dat de betrokken werknemer vanaf 14 september 1995 niet langer arbeidsongeschikt was en dat sprake was van een nieuw ziektegeval. Tevens stelde zij dat de schoning van het dossier door gedaagde haar in een nadeliger bewijspositie bracht en dat het bestreden besluit onevenredige gevolgen had vanwege de economische recessie. De Raad oordeelt dat de werknemer sinds 6 april 1995 onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest, wat wordt bevestigd door diagnoses van de bedrijfsarts en verzekeringsarts en door rechterlijke machtigingen voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis.
De Raad stelt vast dat de schoning van het dossier geen slechtere bewijspositie voor appellante heeft veroorzaakt, omdat er geen gegevens waren over de periode na 13 september 1995. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat gedaagde geen beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van de wettelijke bepalingen. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraken en verklaart de bezwaren ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht als grote werkgever is aangemerkt en de vastgestelde gedifferentieerde premie correct is toegepast.