ECLI:NL:CRVB:2004:AO7410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstandsuitkering wegens strijd met Awb
Appellant ontving bijstand van 1993 tot 1995 en betaalde niet alle kosten terug nadat bleek dat hij inkomsten uit handel in verdovende middelen had verzwegen. De gemeente Maastricht vorderde het restantbedrag terug, wat werd bevestigd door rechterlijke uitspraken. Appellant verzocht om kwijtschelding van verdere terugvordering op grond van artikel 78c van de Algemene bijstandswet (Abw), maar dit verzoek werd afgewezen op basis van gemeentelijk beleid dat fraude uitsluit van kwijtschelding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef het gemeentelijk beleid. In hoger beroep stelde appellant dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor terugvordering en kwijtschelding op grond van artikel 78c Abw. De Raad oordeelde dat gedaagde ten tijde van het besluit niet kon aantonen dat aan de voorwaarden van artikel 78c was voldaan, zoals het voldoen aan betalingsverplichtingen gedurende een bepaalde termijn of het aflossen van minimaal 50% van de restschuld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het verzoek om af te zien van verdere terugvordering wordt vernietigd, beroep gegrond verklaard, maar rechtsgevolgen blijven in stand.