ECLI:NL:CRVB:2004:AO5921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting tijdelijk dienstverband in vast dienstverband bij Rijksuniversiteit Groningen
Appellant was sinds 1993 werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen op basis van tijdelijke aanstellingen. In 1998 werd hij voor drie jaar aangesteld als UD-promovendus, na een eerdere onjuiste aanstellingsgrond. In 2001 verzocht appellant om omzetting van zijn tijdelijk dienstverband in een vast dienstverband, wat door het College van Bestuur werd afgewezen vanwege financiële redenen en reorganisatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de tijdelijke aanstelling correct was en geen rechtsgrond bestond voor omzetting naar een vast dienstverband. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de wijziging van de aanstellingsgrond in 1998 zonder zijn medeweten plaatsvond en dat hij daardoor niet tijdig bezwaar had gemaakt. Tevens betwistte hij de ontslaggrond en stelde dat zijn dienstverband geacht moest worden omgezet te zijn in een vast dienstverband.
De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 2 september 1998 terecht niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding, dat de wijziging van de aanstellingsgrond rechtsgeldig was en dat de ontslaggrond passend was gezien de aard van de aanstelling. Het beroep van appellant werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van het tijdelijk dienstverband in een vast dienstverband wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.