ECLI:NL:CRVB:2004:AO4947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor orthodontische behandeling dochter
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage van de orthodontische behandeling van zijn dochter. De gemeente Bladel heeft deze aanvraag afgewezen na advies van de GGD, die oordeelde dat de behandeling medisch niet noodzakelijk was.
Na bezwaar en een tweede advies van de GGD, waarin het standpunt werd bevestigd, verklaarde de gemeente het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de behandeling wel medisch noodzakelijk is en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de kosten niet als noodzakelijk kunnen worden aangemerkt binnen de betekenis van artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet. De Raad vindt geen aanwijzingen dat de GGD-adviezen onzorgvuldig of onjuist zijn en ziet geen reden om het standpunt van de gemeente te wijzigen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor de orthodontische behandeling wordt afgewezen wegens gebrek aan medische noodzaak.