ECLI:NL:CRVB:2004:AO3903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen wegens onjuiste loonopgave en overschrijding redelijke termijn
Appellante exploiteert een sauna met schoonheids- en massage-instituut en werd onderzocht wegens mogelijke fraude met loonopgaven. Uit het onderzoek bleek dat betalingen aan werknemers niet volledig in de loonadministratie waren verantwoord, deels zwart werden betaald en dat de administratie ondeugdelijk was. Gedaagde legde naheffingsaanslagen op over de jaren 1991 tot en met 1995.
Appellante voerde onder meer aan dat de naheffing over 1991 verjaard was, dat betalingen uit een fooienpot kwamen, dat de gebruikte computerbestanden onvoldoende representatief waren, dat sommige werknemers niet verzekerd hoefden te zijn en dat de brutering onterecht was. Ook stelde zij dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden.
De Raad oordeelde dat de naheffing over 1991 niet verjaard was omdat sprake was van een afgerond besluitvormingsproces. De verklaringen van werknemers en de administratie rechtvaardigden de conclusie dat niet alle loonbetalingen waren verantwoord. De schatting van de premies op basis van de computerbestanden en verklaringen was gerechtvaardigd. De verzekeringsplicht voor afwas- en keukenhulpen werd bevestigd. De brutering met het anoniementarief was terecht vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie en het uitsluiten van verhaal op werknemers.
De Raad stelde vast dat de bezwaarfase niet onredelijk lang duurde, maar dat de totale rechterlijke behandeling wel een schending van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro vormde. Voor de gevolgen hiervan kan appellante zich tot de burgerlijke rechter wenden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de naheffingsaanslagen en oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn een schending van artikel 6 EVRM vormt.