ECLI:NL:CRVB:2004:AO2516
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake ontslag wegens ongeschiktheid zonder herplaatsingsverplichting
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die het ontslag van een ambtenaar wegens ongeschiktheid voor zijn functie vernietigde. De ambtenaar was sinds 1979 in dienst en werkzaam als behandelfunctionaris inning (deurwaarder). Het ontslag was verleend op grond van disfunctioneren over een periode van acht jaar, waarbij de ambtenaar een laatste kans had gekregen om zijn functioneren te verbeteren.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag onzorgvuldig was omdat geen onderzoek naar herplaatsing had plaatsgevonden, mede gelet op de lange diensttijd van de ambtenaar. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat het disfunctioneren voldoende is vastgesteld en dat de ambtenaar niet heeft willen ingaan op het aanbod tot terugplaatsing. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen bijzondere omstandigheden bestaan die een herplaatsingsonderzoek vereisen.
Gelet op het voorlopige karakter van de voorziening en het belang van de verzoeker om het dienstverband niet te hoeven herstellen, wordt de werking van de uitspraak van de rechtbank geschorst. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de werking van de uitspraak van de rechtbank en bevestigt het ontslag zonder herplaatsingsplicht.