ECLI:NL:CRVB:2004:AO2004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging functiewaarderingsbesluiten wegens strijd met hoor en wederhoor en onvoldoende motivering
Appellanten, werkzaam bij de Risse, werden benoemd in functies met een functiewaardering van respectievelijk 144 en 140 punten, ingedeeld in salarisschaal 10A. Zij stelden dat de adviescommissie niet onafhankelijk was samengesteld en dat zij niet gelijktijdig met het bestuursorgaan waren gehoord, wat strijdig zou zijn met artikel 7:13 van Pro de Awb en het beginsel van hoor en wederhoor.
De Raad oordeelde dat de voorzitter van de adviescommissie geen bestuurslid meer was en niet onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan viel, waardoor geen sprake was van vooringenomenheid. Wel was het gescheiden horen van partijen zonder geldige grond onverenigbaar met het hoor en wederhoor, en kon vernietiging van de besluiten niet achterwege blijven met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro.
Inhoudelijk ging het geschil over de waardering van het aspect zelfstandigheid, waarbij appellanten een hogere score claimden gelijk aan die van vergelijkbare functies. De Raad stelde dat het bestuursorgaan een ruime beoordelingsvrijheid heeft, maar de motivering concreet moet zijn. De bestreden besluiten misten een deugdelijke motivering over het verschil in gebondenheid aan regels en voorschriften, waardoor de besluiten vernietigd werden.
De Raad bepaalde dat gedaagde nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen, waarbij appellanten alsnog in de gelegenheid worden gesteld om gehoord te worden in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De bestreden functiewaarderingsbesluiten zijn vernietigd wegens strijd met hoor en wederhoor en onvoldoende motivering, met opdracht tot nieuwe besluitvorming inclusief hoorrecht.