ECLI:NL:CRVB:2003:AO4720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening wegens gebruik openbaar vervoer mogelijk
Appellant verzocht om een financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening vanwege ernstige rug- en beenklachten, waaronder een hernia. De gemeente Utrecht weigerde dit op basis van een medisch onderzoek dat concludeerde dat appellant gebruik kan maken van het openbaar vervoer. De rechtbank vernietigde aanvankelijk het besluit wegens onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek, maar na een nieuw onderzoek en hoorzitting wees de rechtbank het beroep af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek wederom onzorgvuldig was, onder meer omdat geen lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden en relevante medische informatie niet was meegenomen. De gemeente handhaafde haar standpunt en stelde dat pijnklachten niet automatisch uitsluiten dat appellant kan lopen en openbaar vervoer kan gebruiken.
De Raad overwoog dat op grond van de Wet voorziening gehandicapten (Wvg) aanspraak op een vervoersvoorziening alleen bestaat indien medisch objectief is vastgesteld dat beperkingen het gebruik van openbaar vervoer onmogelijk maken. Op basis van het advies van de Stichting Loket 1 en het medisch dossier concludeerde de Raad dat appellant niet zodanig beperkt was dat hij was aangewezen op een vervoersvoorziening.
De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd, en wees de medische verklaring uit Marokko af wegens onvoldoende specificatie van beperkingen. Ook het feit dat appellant onder behandeling is voor pijnbestrijding leidt niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorziening omdat appellant gebruik kan maken van het openbaar vervoer.