ECLI:NL:CRVB:2003:AO1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- H.G. Rottier
- A.F.M. Brenninkmeijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens overschrijding redelijke termijn in looncorrectiezaak
Appellanten voerden expeditie- en schoonmaakwerkzaamheden uit en werden geconfronteerd met correctienota's en een boetenota wegens onvolledige loonadministratie over 1995. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep tegen de correctienota ongegrond, maar de Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep gegrond en verwees de zaak terug.
In het huidige hoger beroep betwistten appellanten de juistheid van de correctienota, de hoogte van de boete en stelden zij dat de redelijke termijn voor behandeling was overschreden, wat volgens hen matiging van de boete rechtvaardigde. De Raad oordeelde dat de correctienota zorgvuldig was vastgesteld ondanks onvolledige administratie en dat de boete van 100% passend was gezien de ernst en omvang van de fraude.
De Raad constateerde echter dat sinds de aankondiging van de boete ruim zeven jaar waren verstreken, wat een overschrijding van de redelijke termijn opleverde in strijd met artikel 6 EVRM Pro. Daarom stelde de Raad de boete op nihil en vernietigde het bestreden besluit voor zover het de boete betrof. De overige onderdelen van de uitspraak werden bevestigd.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellanten in hoger beroep en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. Hiermee werd het beroep deels gegrond verklaard en de boete ingetrokken vanwege procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd en op nihil gesteld wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige besluiten worden bevestigd.