ECLI:NL:CRVB:2003:AN8579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gefaseerde verlaging Wajong-uitkering wegens beperkte hulpbehoevendheid
Appellante, geboren in 1973 en bekend met spina bifida en ernstige beperkingen, ontving sinds 1991 een arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd tot 85% vanwege hulpbehoevendheid. Na een verzoek tot verhoging naar 100% besloot gedaagde de uitkering gefaseerd te verlagen naar 70%, gebaseerd op medisch advies dat niet alle essentiële levensverrichtingen hulp behoefden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en oordeelde dat het beleid van gedaagde, waarbij bij minder strenge criteria de uitkering op 70% blijft indien ten minste vier dagen per week een dagverblijf wordt bezocht, rechtens aanvaardbaar is.
De medische rapportages boden onvoldoende steun voor het standpunt dat appellante bij vrijwel alle essentiële levensverrichtingen hulp nodig heeft. Ook werd geen bijzondere omstandigheid gevonden die afwijking van het beleid rechtvaardigde. De Raad concludeerde dat de gefaseerde verlaging van de uitkering niet in strijd is met geschreven of ongeschreven recht en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gefaseerde verlaging van de Wajong-uitkering van appellante.