ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging Wajong-uitkering ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Appellant heeft verzocht om een verhoging van zijn Wajong-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 12 augustus 2001, op grond van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid en noodzaak tot oppassing en verzorging. Het UWV heeft dit verzoek geweigerd en het bezwaar ongegrond verklaard, omdat appellant minimaal vier dagen per week een dagverblijf bezoekt en het beleid bepaalt dat in dergelijke gevallen geen verhoging tot 100% wordt toegekend.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat het beleid, waarin bij minder restrictieve criteria en dagverblijfbezoek geen verhoging wordt toegekend, rechtens aanvaardbaar is. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van ongelijke behandeling van gelijke gevallen, aangezien anderen die ook vier dagen per week een dagverblijf bezoeken wel een verhoging tot 85% kregen.
De Centrale Raad van Beroep heeft dit beroep verworpen. Het UWV heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de door appellant aangevoerde gevallen niet vergelijkbaar zijn, omdat bij vier gevallen sprake is van noodzaak tot oppassing volgens de restrictieve uitleg en bij het vijfde geval geen deugdelijk medisch onderzoek is uitgevoerd. De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de Wajong-uitkering van appellant met terugwerkende kracht te verhogen.