ECLI:NL:CRVB:2003:AN7576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid van nihilstelling wachtgeld wegens niet-inschrijving als werkzoekende
Betrokkene kreeg eervol ontslag met wachtgeld op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. Omdat hij zich van 1 augustus tot 2 november 2000 niet als werkzoekende had ingeschreven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, stelde appellant het wachtgeld op nihil voor die periode. Betrokkene gaf geen gegronde verklaring voor het verzuim.
De rechtbank vernietigde dit besluit en vond de sanctie disproportioneel, waarbij zij een korting van 20% passend achtte. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de niet-inschrijving een geldige grond is voor volledige niet-uitbetaling van het wachtgeld volgens artikel 14, tweede lid, onder d, van het Rijkswachtgeldbesluit.
De Raad benadrukte dat de verplichting tot inschrijving strikt is, en dat de verklaring van betrokkene onvoldoende was om de sanctie te vermijden. Wel moet de toepassing van de sanctie proportioneel zijn, maar in deze zaak was de niet-uitbetaling voor de korte periode niet onevenredig. De eerdere uitspraak werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wachtgeld is terecht op nihil gesteld voor de periode dat betrokkene niet als werkzoekende was ingeschreven.