ECLI:NL:RBROT:2001:AD9382
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.L. van Zetten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering wachtgeld wegens niet-inschrijving werkzoekende
Eiser, een voormalig ambtenaar van de belastingdienst, ontving vanaf 1 augustus 2000 wachtgeld na eervol ontslag. Verweerder stelde het wachtgeld over de periode 1 augustus tot 2 november 2000 op nihil vanwege het niet tijdig inschrijven als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Vervolgens werd een bedrag van netto f 8.022,95 teruggevorderd en verhoogd tot bruto f 11.134,63 wegens afgedragen loonbelasting, met verrekening van lopende uitkeringen.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarop verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar zich alleen richtte op besluiten I en III, niet op besluit II, zodat het bestreden besluit op dit punt niet in stand kan blijven. De rechtbank stelt vast dat eiser niet als werkzoekende stond ingeschreven, wat een verplichting is volgens het Rijkswachtgeldbesluit 1959. Hoewel eiser redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van deze verplichting, acht de rechtbank de volledige terugvordering van het wachtgeld over drie maanden onevenredig.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuwe beslissing te nemen waarbij een korting van 20% als maximale sanctie passend kan zijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van f 1.420,00 en wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van wachtgeld wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.