ECLI:NL:CRVB:2003:AN7323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op tweevoudige kinderbijslag voor uitwonend kind jonger dan 16 jaar
De zaak betreft een geschil over het recht op tweevoudige kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) voor kwartalen gelegen vóór 1 juli 1997. Gedaagde verzocht om herziening van een eerder besluit dat enkelvoudige kinderbijslag toekende voor zijn zoon Bruno, die sinds medio 1996 uitwonend was vanwege een zwemstudie.
De rechtbank Amsterdam had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor de periode van het vierde kwartaal 1996 tot en met het tweede kwartaal 1997, omdat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd. De Sociale verzekeringsbank (appellant) stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant bij zijn besluitvorming ten onrechte geen onderscheid maakte tussen een herzieningsverzoek en een eerste aanvraag, wat volgens de Raad essentieel is. De Raad bevestigt dat het kind jonger dan zestien jaar niet altijd tot het huishouden van de verzekerde behoort en dat het recht op dubbele kinderbijslag beperkt is tot kinderen die op een internaat of kostschool verblijven.
Het eerdere besluit van 9 december 1996 was daardoor onjuist en berustte op een fout van appellant. De Raad bevestigt het bestreden besluit en bepaalt dat van de Sociale verzekeringsbank een recht van € 348,- wordt geheven. Proceskosten in hoger beroep worden niet toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen recht bestaat op tweevoudige kinderbijslag voor het uitwonende kind jonger dan 16 jaar over de relevante periode.