ECLI:NL:CRVB:2003:AK9024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag politieambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim
Appellant, een politieambtenaar, werd in augustus 1999 aangehouden en in verzekering gesteld, waarna een huiszoeking in zijn woning plaatsvond waarbij een aanzienlijke hoeveelheid geld werd aangetroffen. Op grond hiervan verleende de korpsbeheerder hem per november 1999 disciplinair ontslag wegens ondermijning van de integriteit van het politiekorps.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag en de inhouding van zijn bezoldiging, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde zijn beroep tegen het ontslag eveneens ongegrond. In een strafzaak werd appellant vrijgesproken van opzetheling en schuldheling omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontslag onrechtmatig was, onder meer omdat gebruik van een pagina uit het strafdossier zonder voorafgaande toestemming zou zijn gebeurd en omdat het plichtsverzuim onvoldoende concreet was omschreven. De Raad oordeelde dat de toestemming alsnog was verleend en dat appellant niet duidelijk was gemaakt welke gedragingen hem werden verweten.
De Raad stelde vast dat de vrijspraak in het strafproces niet uitsluit dat appellant zich tuchtrechtelijk aan ernstig plichtsverzuim had schuldig gemaakt. De aanzienlijke hoeveelheid contant geld in buitenlandse valuta was ongebruikelijk voor appellant en hij weigerde zich te verantwoorden, waardoor ernstige twijfel aan zijn integriteit ontstond. Dit rechtvaardigde het ontslag. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees de bezwaren af.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag van appellant wordt bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.