ECLI:NL:CRVB:2003:AI1161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig disciplinair ontslag politieambtenaren en vergoeding immateriële schade
Appellanten, politieambtenaren, werden in 1996 disciplinair ontslagen wegens ernstige beschuldigingen, maar deze besluiten werden later vernietigd en herroepen. De dienstverbanden werden met terugwerkende kracht hersteld. Appellanten vorderden vergoeding voor materiële en immateriële schade, waarbij de immateriële schade aanvankelijk beperkt werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, vooral vanwege onvoldoende bewijs van geestelijk letsel. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het primaire ontslag onrechtmatig was vanwege een onjuiste feitenbeoordeling. Hoewel de vergoeding voor aantasting van eer en goede naam toereikend is, is voor appellant 2 het geestelijk leed als gevolg van de procedure en bejegening voldoende aannemelijk.
De Raad vernietigt het besluit voor appellant 2 en kent een aanvullende immateriële schadevergoeding van € 2.300 toe. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan appellant 2 vergoed. Voor appellant 1 is geen aanvullende vergoeding toegekend wegens onvoldoende bewijs van geestelijk letsel.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot weigering van aanvullende immateriële schadevergoeding voor appellant 2 en kent hem een bedrag van € 2.300 toe wegens geestelijk leed.