ECLI:NL:CRVB:2003:AH9547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Aanspraak op loon tijdens feest- en vakantiedagen behoort tot premieloon volgens Coördinatiewet sociale verzekering
Appellanten, exploitanten van uitzendbureaus, werden geconfronteerd met correctienota's voor niet als premieloon verantwoordde reserveringen voor vakantie- en feestdagen bij beëindiging van hun bedrijfsactiviteiten in 1996. De rechtbank verklaarde hun bezwaar ongegrond en wees het bezwaar tegen verzuimregistratie wegens termijnoverschrijding af.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de gereserveerde bedragen niet als loon konden worden beschouwd zolang ze niet feitelijk waren uitbetaald en dat het loon betrekking had op vroegere dienstbetrekking, waardoor premies niet verschuldigd zouden zijn. De Raad verwierp deze argumenten en stelde dat op grond van artikel 7:641 BW Pro de aanspraak op vergoeding bij einde dienstverband vorderbaar en inbaar is, waardoor deze als genoten loon in de zin van de Coördinatiewet sociale verzekering moet worden aangemerkt.
Ook het bezwaar tegen de verzuimregistratie werd verworpen wegens niet tijdige indiening van het bezwaarschrift. De Raad benadrukte dat tijdige bezwaarindiening een fundamenteel vereiste is binnen het bestuursrechtelijke systeem. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.