ECLI:NL:CRVB:2003:AH8680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Th.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven nabetaling weduwenpensioen
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) van 1 oktober 1991 tot 1 september 1997, met een onderbreking in 1996. Na een melding van de Belastingdienst over een nabetaling van weduwenpensioen in 1997 stelde de gemeente een terugvordering in van te veel ontvangen bijstand over de periode 1 april 1992 tot en met 31 augustus 1997.
De rechtbank had de terugvordering deels gegrond verklaard, maar de Raad oordeelt dat de wettelijke grondslag voor terugvordering over verschillende perioden moet worden onderscheiden. Voor de periode tot 31 december 1995 geldt de oude ABW met artikel 70 (oud) dat verjaring van vijf jaar kent, waardoor terugvordering voor de periode tot 1 augustus 1992 niet mogelijk is. Voor de periode daarna geldt artikel 82 van Pro de ABW.
De Raad stelt vast dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden, maar dat dit niet heeft geleid tot onrechtmatige bijstand over augustus 1997. De terugvordering over die maand kan niet op artikel 81 van Pro de ABW worden gebaseerd, maar wel op artikel 82. De Raad vernietigt het besluit van 19 oktober 1999 en beveelt de gemeente een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Tot slot veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van de wettelijke bepalingen.