ECLI:NL:RBMAA:2005:AT4783
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering ten onrechte verleende bijstand en verjaring
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder tot terugvordering van ten onrechte verleende bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 augustus 2001. Eiser stelde primair dat de vordering geheel verjaard is en subsidiair dat slechts een deel van de vordering teruggevorderd mag worden vanwege verjaring. Tevens werd aangevoerd dat de hoogte van de terugvordering onjuist is.
De rechtbank stelt vast dat de terugvordering is gebaseerd op het niet nakomen van de inlichtingenplicht en dat de bevoegdheid tot terugvordering is geregeld in artikel 58 van Pro de WWB. De verjaringstermijn van vijf jaar uit artikel 3:309 BW Pro is van toepassing op de terugvordering vanaf 1 juli 1997. Verweerder werd op 14 november 2003 bekend met de fraude, zodat de terugvordering binnen de verjaringstermijn ligt.
De rechtbank concludeert dat het beroep van eiser niet slaagt omdat de terugvordering niet verjaard is en het bestreden besluit niet in strijd is met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van ten onrechte verleende bijstand over de periode 1 juli 1997 tot en met 31 augustus 2001.