ECLI:NL:CRVB:2002:AF3438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn van zes weken niet in strijd met EG-recht bij nabestaandenuitkering
Appellante ontving een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin haar recht op een nabestaandenuitkering werd vastgesteld, met terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen. Zij maakte pas ruim zeven maanden na het besluit bezwaar, waarna haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij tijdig en adequaat was geïnformeerd over de bezwaartermijn en geen geldige reden gaf voor de overschrijding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de bezwaartermijn van zes weken in strijd was met Europese regelgeving, waaronder Verordening 1408/71 en het EG-Verdrag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bezwaartermijn van zes weken niet in strijd is met het effectiviteitsvereiste van het EG-recht, mede gezien de mogelijkheid tot het indienen van een pro forma bezwaarschrift. Er is geen sprake van onjuiste voorlichting door de Sociale Verzekeringsbank. Het hoger beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.