ECLI:NL:CRVB:2002:AF3054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vervoersvoorziening en vergoeding auto-aanpassing bij gehandicapte na afwijzing door gemeente
De erven van een overleden gehandicapte betoogden dat het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam ten onrechte de aanvraag voor vergoeding van een aangepaste stoel in de eigen auto had afgewezen en slechts deelname aan het collectief Vervoer op Maat had toegekend.
De rechtbank had het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, stellende dat het gemeentebestuur prioriteit mag geven aan collectief vervoer en dat de voorkeur van betrokkene voor eigen vervoer niet verplicht gehonoreerd hoeft te worden. In hoger beroep benadrukten de erven dat betrokkene volledig afhankelijk was van haar echtgenoot voor begeleiding, wat door het collectief vervoer niet adequaat kon worden geboden gezien diens werksituatie.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar de begeleidingsaspecten op de plaats van bestemming, wat een schending van de onderzoeksplicht uit de Awb inhoudt. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen, waarbij ook de mogelijkheid van vergoeding van begeleidingskosten door de echtgenoot kan worden overwogen. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan de erven toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de begeleidingsaspecten.